AI-geletterdheid verplicht? Wat artikel 4 nu echt zegt
Artikel 4 van de AI-verordening is op 27 juli 2026 herschreven. De boete van 15 miljoen staat er niet op, en Nederland heeft er nog geen boetegrondslag voor.
Zoek in het Nederlands op AI-geletterdheid en je vindt overal dezelfde drie zinnen. Verplicht sinds februari 2025. Handhaving vanaf 2 augustus 2026. Boetes tot 15 miljoen euro of 3 procent van de wereldwijde omzet.
De eerste klopt. De tweede en de derde kloppen niet voor het soort bedrijf dat dit waarschijnlijk leest, en op de derde bestaat één uitzondering die verderop staat. En de verplichting waar het allemaal over gaat is op 27 juli 2026 vervangen door een andere.
Meteen het eigenbelang op tafel: wij begeleiden bedrijven door precies dit soort vragen. Elke bewering hieronder staat naast de bron waar hij vandaan komt, zodat je dit stuk niet op ons gezag hoeft aan te nemen.
Voor wie het geldt
Artikel 4 van de AI-verordening is van toepassing sinds 2 februari 2025 en bindt zowel aanbieders als gebruiksverantwoordelijken van AI-systemen die binnen het bereik van de verordening vallen.
Dat tweede woord is waarom dit breder werkt dan mensen denken. Zet je ChatGPT of Copilot onder je eigen verantwoordelijkheid in voor je personeel, dan ben je in de regel gebruiksverantwoordelijke. Je hoeft er niets voor te bouwen.
De verplichting gaat trouwens niet alleen over je personeel. Ze ziet ook op andere mensen die namens jou met het systeem werken.
Wat er veranderd is
De oorspronkelijke tekst vroeg om maatregelen die, zoveel als mogelijk, zorgen voor een toereikend niveau van AI-geletterdheid. Daarbij moest je rekening houden met de technische kennis, ervaring, onderwijs en opleiding van die mensen, met de context waarin het systeem wordt gebruikt, en met de personen op wie het wordt toegepast.
Op 24 juli 2026 verscheen Verordening (EU) 2026/1744 in het Publicatieblad, de digitale omnibus inzake AI. Die trad op 27 juli 2026 in werking en verving artikel 4 in zijn geheel.
Het eerste lid vraagt nu om maatregelen ter ondersteuning van de ontwikkeling van AI-geletterdheid. Dezelfde factoren wegen nog mee. Er is een zin bij gekomen die er eerder niet stond: de verplichting vereist niet dat je een specifiek niveau van AI-geletterdheid bij personen garandeert. Er staan ook twee nieuwe leden in, over ondersteuning door de Commissie en de lidstaten en over aanbevelingen van de AI-board.
Het is verleidelijk om dit een verschuiving van resultaat naar inspanning te noemen, en dat gaat te ver. Ook de oude tekst zei al “zoveel als mogelijk” en vroeg om maatregelen. Wat wel hard is veranderd: je hoeft geen niveau meer te garanderen, en de maatregelen zijn nu op ontwikkeling gericht in plaats van op een toereikend niveau.
De boete van 15 miljoen
Dat bedrag is het maximum uit artikel 99, lid 4. Dat lid somt op welke verplichtingen eronder vallen, met de partij erbij die ze moet nakomen: de artikelen 16, 22, 23, 24, 25 lid 2 en 4, 26, 31, 33 lid 1, 3 en 4, 34 en 50.
Artikel 4 staat er niet tussen. Het heeft er ook nooit tussen gestaan.
Hier hoort de uitzondering, want dezelfde omnibus voegde artikel 75 quater toe. Dat maakt voor een beperkte groep marktdeelnemers sancties overeenkomstig artikel 99, leden 3 tot en met 7, mogelijk. Voor andere overtredingen dan die in lid 4 zijn opgesomd, kan daarbij een boete op het niveau van lid 4 worden opgelegd. Artikel 4 kan daar dus wel onder vallen.
Die bevoegdheid geldt alleen binnen de exclusieve competentie van het AI-bureau van de Commissie uit artikel 75, lid 1. Die reikt tot aanbieders van AI-systemen waarbij het systeem én het onderliggende AI-model voor algemene doeleinden door dezelfde aanbieder zijn ontwikkeld, of door aanbieders binnen dezelfde onderneming, en tot systemen die een aangewezen zeer groot onlineplatform of een zeer grote onlinezoekmachine zijn of daarin zijn geïntegreerd. Daar staan uitzonderingen op: systemen die verband houden met producten onder de harmonisatiewetgeving uit bijlage I, bijlage III punt 2, bepaalde systemen van rechtshandhavings-, grensbeheer- en financiële autoriteiten, en bijlage III punt 8 voor zover het om rechtsbedeling gaat.
Ben je uitsluitend gebruiksverantwoordelijke en hoor je niet bij dezelfde onderneming als de aanbieder, dan val je hierbuiten. Dan geldt lid 1 van artikel 99: de lidstaten stellen de regels over sancties vast, en die moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn. De hoogte staat dus in nationaal recht.
Wat Nederland heeft vastgesteld
Nog niets. Dat is het deel van het verhaal dat in vrijwel geen enkel Nederlands artikel over dit onderwerp staat.
De Uitvoeringswet AI-verordening moet de Nederlandse toezichthouders aanwijzen en ze hun bevoegdheden geven. Die is op 20 april 2026 in consultatie gegaan en de consultatie sloot op 1 juni 2026. Daarna is het niet ingediend. Ingediende wetsvoorstellen staan in het overzicht van de Tweede Kamer, en op 3 september 2026 staat dit er niet tussen. Daarna moet het ook nog langs beide Kamers.
De verordening werkt rechtstreeks, dus de verplichting van artikel 4 bestaat gewoon. Maar een bestuurlijke sanctie vraagt in Nederland een wettelijke grondslag, en die is er voor artikel 4 op dit moment niet.
Er zit nog iets in dat concept dat de moeite waard is. De memorie van toelichting houdt artikel 4 juist buiten de bestuurlijke boete en blijft bij herstelsancties, waarbij de last onder dwangsom met name wordt genoemd. Bestuursdwang staat er ook in. Dat is een concept en geen wet, dus reken je er niet rijk aan. Het staat wel haaks op vrijwel alles wat er in het Nederlands over dit artikel wordt geschreven.
Dit stuk is van 3 september 2026. Aan deze stand verandert het komende jaar vermoedelijk het een en ander, dus controleer hem voordat je erop leunt.
Wat 2 augustus 2026 wel was
Die datum is echt. Vanaf dat moment is het grootste deel van de verordening van toepassing, waaronder de transparantieverplichtingen van artikel 50. De eisen aan systemen met een hoog risico zijn door dezelfde omnibus juist verschoven, naar 2 december 2027 en 2 augustus 2028, afhankelijk van de categorie waar het systeem in valt.
Wat wij ermee doen
Bij ons draait elke agent met een vastgelegde set rechten. Elke bevoegdheid is opgeschreven en goedgekeurd voordat er iets live gaat. Dat is er niet gekomen vanwege artikel 4.
Die vraag krijg je namelijk toch wel. Van een klant in een security review, of van je verzekeraar. Wie dan kan laten zien welke systemen er draaien, waarvoor, en wie erbij kan, is binnen een dag klaar met een vraag waar anderen weken aan kwijt zijn.
Wat dit voor jou betekent
Ligt er een offerte voor een AI-geletterdheidstraject op je bureau met een boetebedrag erin, vraag dan om de wettelijke grondslag voor dat bedrag. Dat is een redelijke vraag en een goede test.
Artikel 4 schrijft geen inventarisatielijst, geen trainingsvorm en geen dossier voor. Het vraagt om maatregelen die de ontwikkeling van AI-geletterdheid ondersteunen, afgestemd op je mensen en op waar je het systeem voor gebruikt. Weten welke tools er in huis zijn en mensen uitleg geven die bij hun werk past, is een verstandige invulling daarvan en niet de wettekst zelf. De Europese Commissie heeft er een vraag-en-antwoord over gepubliceerd met voorbeelden van wat eronder valt.
De verplichting is echt. Voor een bedrijf dat alleen gebruiksverantwoordelijke is, ontbreekt het bedrag dat er in Nederland onder wordt gezet.